DE BERG VAN BARMHARTIGHEID VAN
BRUSSEL
Het is wel bekend dat men enkel leent aan de rijken. En toch, gelegen in hartje
Brussel, op twee stappen van de Zavel en het Justitiepaleis, biedt een groot gebouw, een
beetje streng aandoend weliswaar, plaats aan een openbare instelling die zich sedert 1618
inspant om deze beruchte uitspraak tegen te spreken.
Inderdaad, bij het begin van de 17de eeuw was de
armoede algemeen, de openbare hulpinstelling bijna onbestaand of zeer slecht georganiseerd
en de woekeraars die uit Italië waar de Bergen van Barmhartigheid zich hebben ontwikkeld
gevlucht zijn, namen onze streken stilaan in.
Wenceslas Cobergher die tegelijk schilder,
architect, ingenieur en zelfs diplomaat was, interesseert zich aan elke vernieuwende
gedachte en bij zijn terugkeer van een studiereis in Italië, verrijkt door hetgeen hij
gezien heeft, stelt hij aan onze Gouverneurs Aartshertog Albrecht en diens echtgenote
Infante Isabella, bekend als bezadigde en verlichte leiders, de oprichting van
instellingen voor pandleningen gelijkaardig aan deze die hij in Italië gezien heeft voor
in onze streken. De opening van een Berg van Barmhartigheid te Brussel werd besloten en de
charters werden verleend.
De instelling opende haar deuren voor het publiek op
28 september 1618 om ze nooit meer te sluiten.
Dit maakt haar, hoogst waarschijnlijk, tot één van
de oudste indien niet de oudste officiële en financiële instelling, die tegenwoordig nog
actief is in België.
EVOLUTIE EN ONTWIKKELING
Zoals in Italië ontwikkelden de Bergen van Barmhartigheid zich zeer vlug in de meeste
steden van België. Historici tellen er meer dan twintig maar om verschillende redenen
waarvan de belangrijkste de beheersmoeilijkheden te wijten aan een bijna onbestaande
financiering van de organiserende macht is, verdwenen ze allen behalve die van Brussel die
na de eerste te zijn geweest nu ook de laatste Berg van Barmhartigheid is in België.
Van tijd tot tijd roepen sommige mensen, heel
waarschijnlijk slecht ingelicht, nog uit, luid en krachtig, dat de Bergen van
Barmhartigheid voorouderlijke instellingen zijn die heden geen reden meer hebben tot
bestaan in een ontwikkeld land als het onze ; enkele cijfers der verrichtingen, in
voortdurende stijging, van de Berg van Barmhartigheid bewijzen, indien nog nodig, de bijna
noodzakelijke rol die een dergelijke instelling tegenwoordig nog speelt in de financiële
situatie.
Tegen neerlegging van juwelen, zilverwerk, of kunst-
en siervoorwerpen, worden elk jaar ongeveer 111.800 leningen toegekend of vernieuwd voor
een bedrag dat de 20 miljoen EURO overschrijdt. (Cijfers op 31/12/2003)
Deze wijze van lenen is, zelfs heden ten dage,
waarschijnlijk de eenvoudigste en gemakkelijkste manier om aan iedereen toe te laten zeer
vlug (meestal in enkele minuten) te beschikken over, indien nodig, belangrijke, liquide
middelen hem de mogelijkheid gevend hetzij een dringende betaling na te komen, hetzij een
buitenkans te grijpen zonder verplicht te zijn zijn bezit te moeten verkopen.
Bovendien, tegengesteld aan een wijdverspreid idee,
worden meer dan 95 % der pandleningen terugbetaald door de leners die dus de juwelen of
voorwerpen die zij als waarborg hadden neergelegd terugnemen. Bijgevolg worden slechts 5 %
der voorwerpen niet opgeëist door de inpandgevers en worden ze bijgevolg in openbare
verkoop gezet. In dit geval stort de Berg van Barmhartigheid evenwel het saldo van de
opbrengst in openbare verkoop terug aan de klant ontlener na terugwinning van het geleend
bedrag, de interesten en kosten. Dit is de « boni ». (Percentages op 31/12/2003)
REGLEMENTERING EN BESTUUR
De Berg van Barmhartigheid wordt geregeld door de wet van 30 april 1848 en door een
organiek reglement bepaald door de Gemeenteraad van de Stad Brussel van 19 december 1994
en goedgekeurd door het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest op 06 februari 1995.
Onder het gezag van een Raad van Bestuur benoemd
door de Gemeenteraad en waarvan de Burgemeester van de Stad Brussel Voorzitter is van
rechtswege, draagt een Directeur de algemene directie van het personeel en van de
verscheidene activiteiten van de instelling.
MONOPOLIE VAN DE PANDLENING
In België is het beroep van pandlenen, krachtens de wet, een monopolie voorbehouden
aan de Berg van Barmhartigheid en het uitbaten van een privé-firma van pandleningen wordt
streng bestraft. (Wetboek van Stafrecht art. 306 & 307)
EEN INTERNATIONALE VERENIGING
Ook al is er in België maar één enkele Berg van Barmhartigheid meer,
gelijkaardige instellingen bestaan in een groot aantal steden van vele landen en het
merendeel ervan zijn lid van de Internationale Vereniging van de Instellingen der
Pandleningen.